Haagse verkiezingen en discriminatie

In standpunt Den Haag van 24 februari stond dit keer de vraag centraal hoe Haagse politieke partijen aansluiten op signalen van discriminatie. In het kader van de gemeenteraadsverkiezingen een interessant punt. Vertegenwoordigers van belangenorganisaties en welzijnsorganisaties leidden het debat in door geluiden uit de praktijk te laten horen. Vervolgens gingen aanwezige politici en maatschappelijke organisaties naar aanleiding van stellingen met elkaar in debat. Degene die de avond in goede banen leidde, was Dirk Jan Keijser, voorzitter van Stichting Burger.



De eerste gastspreker was Nathaly Mercera (Projectleider/Beleidsadviseur Importante). Zij vertelde dat het meest belangrijke thema binnen het emancipatiebeleid de arbeidsparticipatie van vrouwen is. Vrouwen hebben in de praktijk vaak een kleine deeltijdbaan. Zowel op nationaal als lokaal niveau is het verhogen van arbeidsparticipatie van vrouwen een van de belangrijkste doelen van het emancipatiebeleid. Zo heeft de gemeente Den Haag in haar emancipatienota Gelijk Doen ingezet op extra maatregelen die moeten leiden tot meer banen voor vrouwen. Aandacht voor de ondervertegenwoordiging van vrouwen op de arbeidsmarkt is wenselijk omdat economische zelfstandigheid een basis is voor een veilig bestaan; iedereen recht heeft op gelijke kansen; talent behouden blijft; en de economische gevolgen van vergrijzing opgevangen moeten worden.
In Den Haag zijn er veel vrouwen waarvoor de drempel te hoog is om hun maatschappelijke- en arbeidsparticipatie te vergroten via scholing. Door middel van intensieve begeleiding blijkt het mogelijk om de vrouwen te scholen richting werk. Nodig is dan ook een blijvende investering. Niet alleen om de groei in arbeidsdeelname van vrouwen van de afgelopen jaren vast te houden, maar ook om een balans te vinden tussen de stimulatie vanuit de overheid om mantelzorgtaken op zich te nemen en arbeidsparticipatie. In het kader van een blijvende investering gaat vanaf dit jaar de Haagse Maatschap van start. Dit is een project dat door Importante in samenwerking met een aantal Haagse organisaties en sociale partners geïnitieerd is en als doel heeft de weg naar werk en scholing voor vrouwen te vergemakkelijken.



Aan de hand van het verhaal van Nathaly Mercera werd aan de verschillende aanwezige politieke partijen gevraagd of het thema arbeidsparticipatie van vrouwen in hun partijprogramma terug te vinden was. Bij alle partijen is over het thema wel iets terug te vinden in het partijprogramma, bijvoorbeeld in de vorm van ideeën over kinderopvang. Sommige partijen hebben zelfs een aparte emancipatieparagraaf.



Na deze vraagronde werd de eerste stelling geïntroduceerd. Deze luidde: “Er is fysiek verschil tussen mannen en vrouwen, daar kunnen we niet omheen. Vrouwen raken daarom automatisch achter op de arbeidsmarkt”. Alle sprekers waren het er over eens dat er inderdaad sprake is van een fysiek verschil en dat het gaat om een eventueel mentaal verschil. Ook was er overeenstemming dat een verschil niet automatisch met zich meebrengt dat vrouwen achter op de arbeidsmarkt raken. Daarna werden verschillende ideeën aangedragen om de beeldvorming over de rol van de vrouw in de maatschappij te beïnvloeden. Bijvoorbeeld door de overheid hierover stelling te laten nemen.



Hierna werd overgegaan op de stelling “Vrouwen willen zelf liever thuis blijven, die eigen keuze moeten we accepteren”. De vertegenwoordigers van politieke partijen die op deze stelling reageerden, vonden dat we het niet alleen moeten accepteren, maar ook moeten respecteren, wanneer vrouwen zelf ervoor kiezen thuis te blijven. Er werd tevens aangedragen dat we onszelf moeten afvragen of we het ook accepteren als mannen thuisblijven.


De tweede gastspreker van de avond was Wim Rueck (voorzitter COC Haaglanden), die meldde dat eind 2009 het handboek ‘Aanpak homodiscriminatie’ is gepresenteerd. Hierin gaat het onder andere over het herkennen van homodiscriminatie. Wim Rueck betoogt echter dat herkennen voorafgegaan dient te worden door erkennen. Het gaat volgens hem om het erkennen dat homoseksualiteit onlosmakelijk verbonden is aan iemands identiteit. Veel mensen zeggen wel dat erkenning vanzelfsprekend is, maar geluiden uit de samenleving laten anders zien. Het COC heeft twee speerpunten, te weten bespreekbaarheid en zichtbaarheid. Deze speerpunten en hun manier van werken hebben de intentie om een reactie op te roepen waardoor schijntolerantie en discriminatie aan het licht komen. Doordat dit aan de oppervlakte komt, kan het vervolgens worden bestreden.



Naar aanleiding van dit betoog werd de derde stelling van de avond geïntroduceerd. Deze luidde: “Intolerantie neemt toe in Den Haag”. Een van de aanwezige politici merkte op dat nu de opvattingen van Wilders aanslaan in Den Haag, de intolerantie inderdaad toeneemt. Daarna vond een stemming onder alle aanwezigen plaats, met als uitslag dat op een enkeling na iedereen vond dat intolerant gedrag inderdaad toeneemt. Gepleit werd voor een focus op dialoog met mensen die willen meedenken over het bestrijden van intolerantie, in plaats van een focus op herrieschoppers. Een aanwezige politicus vond dat veel partijen het moeilijk vinden stelling te nemen. Daarop werd door een ander gereageerd dat men juist geen stelling moet nemen, omdat dit enkel een rare sprong zou zijn als reactie op de opvattingen van Wilders. Ook werd vanuit de zaal geopperd dat intolerantie vooral een gevoelskwestie is en dat er ook veel sprake is van tolerantie. Commentaar hierop was dat de mate van tolerantie afhangt van de situatie en de functie waarin men met mensen spreekt.


De laatste gastspreker was Walter de Quaasteniet (Voorzitter De Kringen). Hij vertelde dat De Kringen maandelijkse bijeenkomsten organiseert voor homo- en biseksuele mannen en vrouwen. Tijdens kringavonden in Den Haag komt het vraagstuk van onveiligheid regelmatig aan de orde. Een deel van de leden wordt geconfronteerd met discriminatie. Vaak worden homo’s met seks en extravagantie zoals tijdens de Gay Pride geassocieerd. Homo’s houden door dit evenement zelf intolerantie in stand alsmede door het niet doen van aangifte van discriminatie. Hier ligt dan ook een taak en uitdaging voor de groep zelf. Maar, zo stelde Walter de Quaasteniet, zolang de sociale acceptatie van homoseksualiteit zo laag is als nu, dan is daar wel veel lef voor nodig en is er nog een heel lange weg te gaan. Hij roept daarom de politiek op zich meer in te spannen voor het bevorderen van sociale acceptatie en het scheppen van een veilig klimaat. Ook voor de media is een rol hierin weggelegd.



De stelling “Emancipatie gebeurt vanzelf. Zichtbaar maken legt een nadruk op het anders zijn en werkt juist averechts” volgde. Enkele medewerkers van het COC reageerden op deze stelling door politici uit te nodigen om een keer een voorlichting van het COC op scholen bij te wonen. Tijdens deze voorlichtingen proberen ze tolerantie onder jongeren te vergroten, iets dat vaak niet zo makkelijk te bewerkstelligen is. Meerdere politici waren het niet eens met de stelling. Men vond het nodig dat de overheid in het creëren van tolerantie blijft investeren. Maar ook werd benadrukt dat het gaan om tweerichtingsverkeer. Ook werd genoemd dat het doen van aangifte van welke vorm van discriminatie dan ook versimpeld en versneld moest worden.


Als laatste kwam de stelling “Het bevorderen van gelijke behandeling is taak van de overheid en niet van de burger” aan bod. Uit de zaal kwam de reactie dat de overheid de burger ís. Sommige politici meenden dat het de taak van de overheid  is om het goede voorbeeld te geven en dat een goed voorbeeld goed doet volgen. Andere politici benadrukten dat het niet bij uitstek de taak van de overheid is, de burger heeft ook zijn eigen verantwoordelijkheden.



De avond werd afgesloten met de opmerking van een van de aanwezigen dat het eigenlijk niet gaat om tolereren, omdat dat meer de betekenis heeft van gedogen, maar dat het gaat om respecteren. Deze opmerking kreeg veel bijval vanuit de zaal, waarna de netwerkborrel van start ging.

 
Contact knop
 
Standpunt Den Haag is een initiatief van het Bureau Discriminatiezaken Hollands Midden en Haaglanden